Nederlands - nl-NLEnglish (United Kingdom)
Ethiek in spiritualiteit

“Ik moet het je toch zeggen. Ik krijg door van een van mijn gidsen dat jouw aura vol zwarte gaten zit en dat je hart vervuild is. Je moet daar echt iets mee doen, het is best ernstig.” Na een liefdevolle blik loopt de vrouw door; ik blijf verbijsterd en geschrokken staan, midden in het gangpad van de spirituele beurs. Zwarte gaten in mijn aura? Vervuild hart? Boodschap van gidsen? Wat gebeurde er precies?Moet ik dankbaar zijn voor dit ongevraagde advies?Moet en kan ik er iets mee? Wat zit erachter?

 

De spirituele mens

De algemene betekenis van spiritualiteit is het bewustzijn dat de menselijke ziel zijn oorsprong in een goddelijke of andere transcendentie heeft, of in relatie staat tot een hogere werkelijkheid. Bij het woord ‘spiritueel’ denken we aan mensen die op zoek zijn naar verdieping, wijsheid, bezieling, kennis en verbondenheid. Mensen die geloven dat er meer is tussen hemel en aarde, zelfkennis willen vergaren en durven te kijken naar zichzelf. Mensen die zichzelf willen verbeteren misschien, en bewuster willen leven. We mediteren, reizen naar andere dimensies, maken contact met goden, gidsen, krachtdieren, het hogere zelf: allen op onze eigen manier, hetzij volgens oude culturele en esoterische paden, hetzij via nieuw verkregen inzichten.

Toen ik als puber mijn eerste voorzichtige schreden op het spirituele pad zette was ik opgewonden en verwachtingsvol. Wat heerlijk om mensen tegen te komen die verbinding en bezieling zochten! Wat mooi dat we de zoektocht samen zouden kunnen doen, in harmonie en vrede! Dit naïeve beeld werd echter al snel onderuit gehaald. Tot mijn stomme verbazing bleek de spirituele wereld bezaaid met zeer menselijke en aardse valkuilen. Machtsmisbruik, onbegrip, jaloezie, geroddel. Het leek eigenlijk verdraaid veel op het echte leven.

Twijfelachtig gedrag

Ik ben ouderwets opgevoed. Met normen, waarden en beleefdheidsregels. Je steelt niet, je liegt niet, je houdt rekening met je omgeving. Je dumpt niet zomaar lukraak je afval en je hebt respect voor de ander. Normen, waarden en regels zijn als een touw waaraan je je kunt vasthouden, in het dagelijkse leven en ook in het spirituele leven.

Sommige normen en waarden veranderen door ervaringen en toetsingen in het echte leven. Andere, vooral de heel simpele, blijven staan als een huis. Je komt bijvoorbeeld niet aan de spullen van een ander. Ik zou het niet in mijn hoofd halen om zomaar in de tas van een ander te neuzen of iemands broekzak te plunderen. Respect voor de ander strekt zich uit tot andermans bezittingen. Toch vinden velen in bijvoorbeeld de sjamanistische scene het heel normaal om tijdens bijeenkomsten ongevraagd in elkaars spullen te neuzen, rituele voorwerpen van anderen op te pakken, te besnuffelen en soms zelfs toe te eigenen. Mijn spirituele broek zakte af toen er op het Eigentijds Festival een dame op mij afstapte die meedeelde dat ze net de ravenveer van mijn sjamanentrommel had afgeknipt, omdat haar gids haar had verteld dat die veer voor haar bedoeld was. Mijn broek zakte nog verder af toen bleek dat er tijdens een workshop een voorwerp van mijn altaar was gestolen. Ik begreep er niets van: ik had mij veilig gewaand in een spirituele omgeving.

Ook andere basisnormen en -waarden worden in de spirituele scene regelmatig met de voeten getreden: mensen die bewust of onbewust aan andermans energie zuigen, ‘negatieve’ energie bij anderen of op plaatsen van kracht dumpen, die plaatsen leegzuigen, gidsen inzetten om anderen te schaden. Ik probeer nog steeds mijn broek op te houden, maar het is niet gemakkelijk. Ik wil wat voorbeelden met u delen. 

Het ongevraagde advies en andere verhalen

In het dagelijks leven peins er niet over om je buurvrouw te vertellen dat ze er slonzig uitziet en dat ze daar echt wat aan zou moeten doen. Er is waarschijnlijk geen haar op je hoofd die er aan denkt om midden op straat een onbekende zo maar medicatie toe te dienen. Dat doe je gewoon niet, je respecteert de grenzen van de ander. In de spirituele scene lijken echter andere regels te gelden: je kunt zomaar van alles meedelen en uitdelen, zolang je de verantwoordelijkheid maar bij helpers/gidsen neerlegt. “Mijn gidsen vertelden dat je een eikel bent, ik ben slechts het doorgeefluik.” Waar gebeurd. Lekker gemakkelijk, want nu wast de gulle gever zijn of haar handen in onschuld. Het geeft een prachtig excuus voor wangedrag en/of persoonlijke aanvalletjes. Ongevraagd advies en andere ongevraagde ‘hulp’ worden te pas en te onpas uitgedeeld. Men stuurt je reiki zonder overleg, men stuurt ongevraagd ‘kracht en heling’ terwijl jij nietsvermoedend op de bank zit met een zak chips. Meestal zijn deze acties goed bedoeld, maar dit maakt het niet minder twijfelachtig. Vaak wordt de hulpactie naderhand uitgebreid vermeld: “Ik zag dat je het moeilijk had dus ik stuurde je Liefde en Kracht.” Dat kan toch niet verkeerd zijn? Of wel? Soms is een dergelijke actie helemaal geen hulp aan jou. Soms voedt het gebaar slechts het ego van de verstuurder. Er is geen uitwisseling, geen hulpvraag, geen interactie te bekennen.

De gids als slaaf

Regelmatig hoor ik vragen als: Wat kan mijn gids/krachtdier/god/krachten waarmee ik werk voor mij doen? De krachten die ons steunen lijken tegenwoordig verworden tot persoonlijke niet-stoffelijke slaafjes. De overleden tante Agatha heeft schijnbaar niets anders te doen dan jou te ondersteunen, de goddelijke kracht waarmee je je verbonden voelt maakt overuren om jou te helpen bij je zoveelste breakdown. Te pas en te onpas dienen onze geestentroepen te komen opdagen, en te worden ingezet bij de meest triviale kwesties en problemen. Daar zijn ze toch ook voor? Ze bestaan toch slechts ter meerdere eer en glorie van ons mensen?

Ik hoor maar zelden: Wat kan ik voor mijn gids doen? Of: Hoe kan ik de krachten die mij begeleiden bedanken voor alle steun? ‘Uitwisseling’ lijkt een vreemd woord te zijn, een bedankje kan er niet af. Een eenzijdige menselijke vriendschap werkt niet, waarom zou dit wel werken? Het is misschien helemaal geen vanzelfsprekendheid dat er iedere keer maar weer begeleiding en bezieling en kracht naar je toe komen!

Geven en nemen?

Een cursist in de pauze: ''Ik voelde mij zo moe, ik heb net even energie gehaald uit de ziel van je drum.'' 

Het leegzuigen van een krachtplaats, krachtvoorwerp of zelfs een mens: het gebeurt allemaal en zelfs op grote schaal. Krachtplekken zoals de hunebedden, grafheuvels en andere plaatsen waar kracht zich centreert, worden ongelimiteerd leeggeslurpt, als waren het flesjes cola. Wat de plek zelf nodig heeft is niet van belang. In diverse discussies die ik over dit onderwerp voerde, kwamen de volgende meningen naar voren: die plaatsen hebben een ‘universele onuitputtelijke energie’ die ongelimiteerd ter beschikking staat van de mens. Die plekken staan ‘in verbinding tot de kosmos’ of zijn ‘kanalen naar andere dimensies’. Handig om troep af te voeren of energie op te laden. Gooi het maar in het universele kanaal, dan ben jij er vanaf. Een mail die ik onlangs kreeg brengt het als volgt: “Een meditatieavond om je accu eens goed op te laden. We gaan via meditatie op reis naar een andere dimensie. Daar kun je energie op doen, ballast achterlaten en weer helemaal bij je zelf komen, zodat je weer fris het dagelijkse leven in kan stappen!” Hoe zou jij het vinden als er mensen ongevraagd je huis binnenkomen, de huiskamer vol gooien met troep, en vervolgens je provisiekast plunderen? Zou dat acceptabel zijn? Natuurlijk niet. Waarom mag dat dan wel in andere dimensies? Zou jij ongevraagd iemands broodtrommel leegeten omdat je honger hebt? Natuurlijk niet. Waarom mag je dan wel een krachtvoorwerp van een ander leegpeuteren? Zou jij bij een onbekende een sneetje in de hals maken, het bloed eruit zuigen en vervolgens je weg vervolgen? Ja, daar is een woord voor. Vampirisme. En vampirisme is not done. Dat jij een mens bent geeft je niet het onbetwistbare recht om een plek, stoffelijk of niet-stoffelijk wezen zomaar leeg te zuigen, omdat je trek hebt of energie nodig denkt te hebben.

Spirituele verantwoordelijkheid

Het idee om niet alleen te nemen, maar ook te geven is voor sommigen misschien een nieuw concept. Ik wil er nog een ander concept ingooien: het universum draait niet als een satelliet om de mens. Het universum zit vol met stoffelijke en niet-stoffelijke wezens en krachtvelden, die elkaar zouden kunnen versterken of in ieder geval in harmonie met elkaar zouden kunnen leven. Of er in andere dimensies dezelfde menselijke normen en waarden heersen, weten we natuurlijk niet. We zijn allemaal mensen en niemand is perfect, maar er zijn normen, waarden en beleefdheden die we misschien in acht zouden kunnen nemen. Geven, uitwisselen, danken. Het zijn kleine, maar belangrijke woorden. Ik gooi er nog wat woorden tegenaan: dankbaarheid, overgave, nederigheid. Wat dat betreft kunnen we veel leren van traditionele culturen: de Lakota Sioux nation kent speciale dankceremonies zoals de Lowompi, om te danken voor dat wat je aan steun kreeg van de krachten om je heen. In veel culturen bouwt men altaren en geeft men offers als dank. Er zijn voorbeelden te over die we ons ter harte zouden kunnen nemen. Er is een misschien een hele duidelijke en simpele regel te stellen: wat je niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet. Of de ander stoffelijk of niet stoffelijk is, zou eigenlijk geen verschil moeten maken.

 

12736990_10153257303091875_96397074_o

 

9200000015016081

<n-beschermheer-t

nephithumb

av-thumb

wp0_wp1d8042fd

cover ademtocht

wp0_wp1df422fd